AUTOTRANSPLANTATIE

Een grotemensentand (of -kies) kan je missen doordat deze verloren is gegaan door tandheelkundige problemen in of rondom die tand of ten gevolge van een ongeval. Echter, meestal komt dit doordat één of meer van die tanden nooit zijn aangelegd; dit komt voor bij 5% van de mensen.

Vaak blijven de melktanden dan nog een tijd functioneel maar bij slechts 1 op de 30 veertigjarige mensen zijn melktanden zonder opvolger nog intact. Soms wordt ervoor gekozen om de ‘spatie’ ter plaatse van de missende grotemensentand of -kies te sluiten door de ernaast gelegen tanden of kiezen, ‘de buurmannen’, naar elkaar toe te verplaatsen. Soms kan het echter beter zijn deze ruimtes niet te sluiten en te kiezen voor ‘opvulling’ van de open ruimte. De ruimte ‘opvullen’ kan door de tandarts een brug te laten plaatsen.

Een nadeel hiervan is dat een deel van de glazuurkap van ‘de buurmannen’ moet worden weggeslepen. Tegenwoordig wordt er daarom de voorkeur aan gegeven om, indien mogelijk, een implantaat te plaatsen waarop een kroon gemaakt wordt. Een implantaat heeft 95 – 98% kans om goed vast te groeien. De kosten zijn vergelijkbaar met die van een brug (+/- € 1.500), indien er een botopbouw nodig is om het implantaat te kunnen plaatsen, wordt dit minstens € 500 meer. Bot wordt dan soms geoogst uit het gebied naast de verstandskiezen, maar vaker uit kin of heup.

Er zijn enkele nadelen aan een implantaat met een kroon erop, namelijk dat:

  • Het implantaat meestal pas op 22-jarige leeftijd (meisjes) of 25-jarige leeftijd (jongens) geplaatst kan worden (omdat je ‘uitgegroeid’ moet zijn) waardoor je een tijd een open ruimte tussen de tanden hebt of een tijdelijke oplossing daarvoor;
  • Een implantaat vastzit in het bot en dus niet verder kan uitgroeien terwijl eigen tanden dit wel het hele leven lang doen met minimaal 0,1mm / jaar. Dit houdt in dat er op termijn zichtbare hoogteverschillen zullen ontstaan tussen de snijranden van de eigen tanden en die van de kroon op het implantaat;
  • Een kroon op een implantaat gemiddeld elke 20 jaar vervangen moet worden.

Een manier om de open ruimte ‘op te vullen’ zonder bovengenoemde nadelen is  autotransplantatie; het voorzichtig verplaatsen van een eigen tand naar de plek van de missende tand. Net als een implantaat heeft een autotransplantaat 95 – 98% kans om goed vast te groeien. Het is dan wel van belang om deze ‘verhuizing’ plaats te laten vinden als de wortel van de tand voor 2/3e tot 3/4e deel is afgevormd.

Een autotransplantatie kan ook plaatsvinden bij een afgevormde wortel, maar er is dan vooraf een wortelkanaalbehandeling nodig en de kans op succesvol vastgroeien is dan vijf % lager. Een autotransplantatie wordt onder lokale verdoving uitgevoerd door een tandarts-parodontoloog of kaakchirurg. Zes tot tien weken na de autotransplantatie wordt er lichte druk op de tand gezet met een (slotjes)beugel.